nl
Archief nieuwsberichten
  • 2012
  • 2011
  • 2010

Vorderingen te koop

Bericht overgenomen van de site www.binnenlandsbestuur.nl.

In de wereld van invordering en incasso neemt de handel in vorderingen een enorme vlucht. Ze worden in hele pakketten verkocht maar ook per stuk. In sommige gevallen zelfs op marktplaats.

De verkopers zijn doorgaans bedrijven en steeds vaker individuen. Maar bij uitzondering vinden de eerste overheden ook hun weg naar de verkoop. Het betreft dan met name oude vorderingen. Denk bijvoorbeeld aan oude bijstandsschulden. Vanuit markt- en efficiencydenken niets mis mee. Maar de verkoop van vorderingen brengt doorgaans een tweede eigenaar met zich mee die wat harder duwt op betaling dan de eerste. Mag de overheid alles wat de markt doet? Of ligt er ergens een grens? Wat mij betreft gaat de overheid met het verkopen van vorderingen een stap te ver.

Het aantal mensen met (problematische) schulden stijgt al jaren. In 2010 had ruim een kwart van de huishoudens wel een betalingsachterstand en bevond ruim tien procent zich zelfs in een problematische schuldsituatie. Zonder hulp van derden komt het merendeel van deze groep niet uit de problemen. De toename van het aantal schuldenaren gaat gepaard met een afnemende inbaarheid van vorderingen. Corporaties, garagebedrijven, tegelzetters, de gemeentelijke belastingen of particulieren. Allemaal kunnen ze er over meepraten dat lang niet elke vordering wordt betaalt. En wat doe je dan?

Het traditionele antwoord luidt: je verlies nemen of incassomaatregelen inzetten (tot en met de deurwaarder aan toe). Als je je verlies neemt weet je in ieder geval zeker dat je geen extra kosten maakt. Als je incassokosten of kosten aan een deurwaarder maakt, moet je nog maar zien of je überhaupt je investering terug krijgt. De verkoop van vorderingen is de tussenweg. Als fenomeen helemaal niet nieuw, maar wel bezig met een hele snelle opgang. Particuliere verhuurders verkopen bijvoorbeeld een huurachterstand van ruim 3.500 euro voor 600 euro. Of een koper betaalt 20 procent van de totale waarde voor een compleet pakket aan telecomvorderingen. Mits weloverwogen en een beetje in verhouding tot de verwachte opbrengsten is daar niets mis mee. Maar ligt dat ook zo bij overheden die vorderingen verkopen?

Ik ben geneigd die vraag met nee te beantwoorden. Van de zogenaamde tweede eigenaren weten we dat zij doorgaans wat harder duwen op de schuldenaar. Logisch ook. Een zo hoog mogelijke betaling is hun handel. Maar wanneer gaat harder over in te hard? Financiële problemen kunnen heel diep ingrijpen in het leven van een individu. Zo diep dat zij kunnen bijdragen aan schooluitval, verlies van werk, gezondheidsproblemen en andere kosten die we als overheid voor ons rekening nemen. Kortom, als overheid hebben we belang bij het innen van vorderingen maar ook bij het voorkomen van maatschappelijke kosten als gevolg van te harde incasso en onoplosbare schuldsituaties.

De belangrijkste overwegingen om een vordering te verkopen zijn dat de eerste eigenaar niet beschikt over de liquiditeiten om te investeren in incasso of geen idee heeft van de kans dat hij nog geld ziet en hoeveel dat ongeveer zal zijn. Voor de overheid geldt de eerste niet en mag de tweede niet gelden. Zij heeft voldoende middelen en als repeatplayer beschikt ze over voldoende informatie om een reële schatting te maken. Dus wat is dan wel de overweging? Dat de verkoop van een pakket oude vorderingen een eenmalig substantieel bedrag oplevert waar in deze tijden van bezuinigingen incidentele kosten mee gedekt worden?

Als overheid wordt je soms ongewenst schuldeiser. Dat is vervelend maar een gegeven. Door onder meer de Belastingdienst en de zorgverzekeraars de bevoegdheid te geven om in specifieke situaties verschuldigde bedragen direct van iemands bankrekening te schrijven, gaat zij wat mij betreft al erg ver. Maar goed, ook in die context kan invulling gegeven worden aan het adagium ‘hard duwen op wie niet wil en een oplossing zoeken voor wie niet kan’. En zeker bij kleine vorderingen is er wellicht wel wat te voor te zeggen omdat de verhouding incassokosten –vordering in die gevallen snel uit het lood gaat. (En helemaal nu de griffierechten flink zijn verhoogd)

Maar door vorderingen te verkopen, accepteert de overheid impliciet dat een ander harder gaat duwen dan zij zelf deden. Zowel vanuit sociaal oogpunt als vanuit de maatschappelijke kosten-baten verhouding moet ze dat niet willen! Er zijn zaken waarvan het prima is dat de markt die doet, maar waarvoor geldt dat je als overheid dat om even goede redenen niet moet doen!

Nadja Jungmann